53!
Oeps, hoe kom ik daar nu bij, 34 cm… Ze was 53 cm lang, niet echt ongewoon klein of groot dus, maar best wel een respectabele lengte voor een meisje.
Add comment June 14th, 2010
Oeps, hoe kom ik daar nu bij, 34 cm… Ze was 53 cm lang, niet echt ongewoon klein of groot dus, maar best wel een respectabele lengte voor een meisje.
Add comment June 14th, 2010
Vorige week donderdag, 3 juni 2010, was D-day, en na meer dan 12 uur hard werken is uiteindelijk onze kleine Fien geboren.
34 53 cm lang is ze, en ze woog bij geboorte 3,770 kg. Geen kleintje, maar ook geen megakind dus. Een kindje met lange benen wel, wat te verwachten was met twee giraffen als ouders…
De meest uitgesproken zin: “amai, zo lang blond haar zeg”. Blonde baby’s zijn blijkbaar meestal kaal, en baby’s met lang haar hebben meestal donker haar. De combinatie blond en lang is blijkbaar uitzonderlijk. En het hoefde niet speciaal een uitzonderlijk kind te zijn voor ons, maar ik moet wel toegeven dat ik haar lange blonde haren toch écht wel mooi vind. Los van het feit dat ik het - uiteraard - het mooiste kindje EVER vind, maar ja, ik ben als moeder natuurlijk niet objectief…
Oordeel vooral zelf:



13 comments June 11th, 2010
Nu moet ie er niet meer uitkomen, vind ik. Dat ie nu maar blijft zitten tot morgen!
Ik heb me verzoend met een inleiding. Het nadeel is dat ik de hele arbeid lang in een saaie en onbekende ziekenhuiskamer zal zitten. Het voordeel is dat ik wellicht bij mijn eigen vertrouwde gyne kan bevallen. Beide heffen elkaar min of meer op, in mijn hoofd. Nu toch, tot eergisteren écht niet…
Ik ben blij dat het einde in zicht is. Tien dagen overtijd gaan is écht wel lang genoeg. Ik ben graag zwanger geweest, ben blij dat ik het heb meegemaakt, maar nu wil ik mijn lijf terug alstublieft. En daarmee bedoel ik niet “mijn lijf zoals het eruit zag voor mijn zwangerschap”, want daar zal ik nog wel een hele tijd moeten op wachten. Ik bedoel gewoon “mijn lijf voor mij alleen”, zonder kind in. Zestien kilo extra meezeulen voél je, ja. Die dikke opgezwollen poten ben ik kotsebeu. Mijn maag vraagt wanneer ze haar normale plaats terugkrijgt. Mijn blaas is het beu dat er elke keer een kind op valt als ik rechtsta. En pas op, dan heb ik eigenlijk nog een heel gemakkelijke zwangerschap gehad hé, zonder al te veel kwaaltjes. Negen maanden is gewoon écht wel genoeg, die extra dagen hoeven niet zo nodig…
Maar vandaag ga ik toch nog even genieten. Ik ga op mijn gemak mijn valies helemaal klaarzetten. Nog een waske draaien. Een cake bakken, nog eens dezelfde als vorige week want die was bijzonder lekker en ik heb nog rabarber over. Nog wat opruimen en alles klaarzetten om vanavond te vertrekken. Gewoon rustig, op het gemak genieten van de rust.
En morgen word ik mama… Eindelijk!
9 comments June 2nd, 2010
Vandaag ben ik officieel een week over tijd.
Vreemd wat dat met je hoofd doet, dat overtijd gaan. Vorige week zondag-maandag was ik zó intens klaar om te bevallen, en kon ik me ons beesje al bijna inbeelden. En nu is dat vreemd genoeg weer allemaal ver-van-mijn-bed en onrealistisch geworden. Echt raar, ik heb soms echt het idee “oké, voila, nu ben ik op mijn dikste, vanaf nu gaat mijn buik gewoon weer kleiner worden en over negen maanden is ie weg”. Dat kindje is weer een vage schim geworden, de bevalling een onvatbaar idee.
Allee, soms hé. Soms ook niet. Zoals vannacht, als ik uren aan een stuk harde buiken heb die soms behoorlijk pijnlijk zijn, en sommige ook echt “in golven” zoals ze van echte weeën zeggen. Als ik het gevoel heb dat mijn buik geklemd zit tussen twee muren die steeds dichter naar elkaar toe bewegen. En als kindje tegelijk keihard tegen de baarmoederhals duwt of wordt geduwd, zodat het écht wel pijnlijk is. Dan durf ik wel eens hoop koesteren ja, dat het deze keer misschien toch begonnen is. Maar ik ben vannacht dan blijkbaar toch in slaap gesukkeld, en toen ik een paar uur later wakker werd en besefte dat de weeën niet hadden doorgezet, was die hoop nog sneller weg dan hij was opgekomen. Merde.
Stillekesaan probeer ik me ook te verzoenen met het idee van een inleiding. Ik blijf hopen dat het nog vanzelf komt, maar ik wil ook niet té zeer teleurgesteld zijn als het dan toch niet gebeurt, tenslotte is het allerbelangrijkste dat beebie er gezond en wel uitkomt…
De cake die ik heb gebakken was superlekker, trouwens. B. vond het een van de lekkerste die ik ooit had gebakken. Maar het was de bedoeling dat ik die dan dit weekend kon meenemen naar het ziekenhuis, voor het bezoek, en intussen is ze bijna op dus dat zal niet meer lukken. Als ik woensdag nog altijd niet bevallen ben, maak ik er nog een, dan ben ik tenminste zeker dat ik ze kan uitdelen…
Allee hop, ik ga nog eens aan de monitor gaan liggen…
1 comment May 31st, 2010
Drie dagen overtijd intussen. Het begint stillekesaan tegen te steken. Gelukkig ben ik er van in het begin van mijn zwangerschap vanuit gegaan dat ik overtijd zou gaan, kwestie van mij emotioneel voor te bereiden en al. En dat helpt wel, ik zit echt nog niet mijn kas op te fretten, maar leuk is het niet. Haja, ge denkt toch niet dat er nog iets in mijn agenda staat, dat kunt ge immers niet maken. Mijn toedoelijstje is zo goed als afgewerkt, en voor wat er nog op staat heb ik eigenlijk helemaal geen zin. Múffins dat ik al gemaakt heb. En háken dat ik doe tegenwoordig. Maar ge kunt ook niet blijven haken en muffins bakken hé. Dus morgen staat er een iets moeilijker cake op het programma. Ik heb er wel zin in, het ziet er een lekkere uit, al heb ik nóg meer zin om te bevallen.
Ik zou dat helemaal niet erg vinden, overtijd gaan, als ik tenminste zou weten WANNEER ik dan ga bevallen, maar dat weet ge dus niet hé. Het kan voor elk moment zijn, of het kan helemaal niet komen en dan word ik ingeleid volgende week woensdagavond… Joy!
En dan hebben we het nog niet eens over beebie zelf gehad. Miljaar maat ik ben nieuwsgierig naar wat er uit mij gaat komen! En elke dag dat dat kind blijft zitten, is een dag minder bij beebie voor ik terug moet werken… Dat het een levendig kind is, dat heb ik wel al door. Meppen en stoempen dat die kan! “Rond de 36ste week begint de baby wat rustiger te worden omdat hij minder plaats heeft”, leest ge dan in de boekskes. My ass! Harder stoempen want ik heb minder plaats, zegt die van ons. Pas op, op zich heb ik liever te hard en te veel dan te weinig zulle, ik weet tenminste dat alles oké is daar vanbinnen. Maar dan moet ik er natuurlijk ook wel bijnemen dat ik af en toe compleet verrot wordt geschopt.
Eén voordeel wel: we hoopten toch allebei wel een beetje dat beebie niet op een van onze verjaardagen zou worden geboren (B. op 19 mei, ik de 25ste). Want dan weet je als ouder alvast zeker dat je de eerste 20 jaar geen eigen verjaardag meer hebt. Dus goed, dat kan nu niet meer. Juij. Maar dat is twee dagen geleden, kind, ge moogt er nu écht wel uitkomen!
3 comments May 27th, 2010
Ik had het niet verwacht. Echt niet. Ik ben nog niet bevallen, namelijk. En hoezeer ik ook emotioneel al moeder ben, technisch gezien ben ik dat nog niet.
Maar toen stond daar dus, toen ik opstond, een blinkende witte kartonnen tas op de lavabo. Ik had niets door, eerst maar eens naar het toilet. Wasda, een cadeautje? Vroeg ik aan B. Misschiens, antwoordde hij cryptisch. Misschiens is een van zijn stopwoordjes, dus ik geloofde het niet echt. Was ook nog niet goed wakker. Toen keek ik in de tas, en zag een uglydoll op zijn zij. Ik herkende hem meteen, ik wilde al lang zo een, ze zijn zo kjoet. Oh, zuchtte ik verrast, en ik keek op naar mijn ventje. Voor je moederkesdag, grijnsde hij.
En toen brak de dam, en stroomde ik helemaal over. Zo lief! Ik had echt eerlijk niet verwacht dat hij daaraan zou denken, dat hij me iets zou kopen. Ik weet dat hij superlief is, maar zó lief, nee, dat wist ik niet. Ik ben er een hele dag van moeten bekomen, van zijn verrassing. Eerlijk gezegd ben ik er nog altijd niet goed van. Mijn eerste moederkesdag zeg… Technisch misschien niet, maar emotioneel… Amai!
4 comments May 10th, 2010
Van Alice Bradley, die haar eigen blog heeft op finslippy maar ook colums schrijft, onder andere voor redbook. Zo mooi dat ik het wil bewaren… Om later nog eens te herlezen, en te vergelijken met mijn eigen ervaringen… Ik krijg al heimwee van op voorhand, van voor ons kindje geboren is…
LETTING GO OF YOUR KIDS, LITTLE BY LITTLE
I knew there would come a time when I’d have to say good-bye to my little boy. I just didn’t realize it would happen again and again.
Well before I became a parent, I could have guessed that raising a child would involve, in addition to much joy, its fair share of sadness. I mean, I’d seen plenty of commercials where parents watch their kids leave home. I had heard “Sunrise, Sunset.” I’d been warned there would be a time to let go and that the moment would be bittersweet. But I pictured this letting-go happening once, maybe twice: on my child’s first day of school, and the day he drove off to college. My husband and I would wave good-bye as we stood arm in arm, our hair graying tastefully. I’d be wearing a sweater set and pearls. I had it all worked out.
But in fact the act of letting go is gradual. Every year, I find myself mourning my son’s slow exit from childhood. I can hardly look at photos of now-7-year-old Henry as a toddler without a lump forming in my throat. I miss the child he was; I want to hold on to the kid he is now. And just when I think I grasp who he is this second, he changes again.
On the other hand, this constant changing and shifting means I’ve had the distinct pleasure of enjoying several amazing characters. All Henry, of course — but in many ways, each his own person.
First there was the Newborn: an inscrutable lump who eerily resembled Winston Churchill. Of all the Henrys I’ve known, I miss that one the least. Sure, the first year was full of milestones, but mostly I remember the crying and the not-sleeping and the crying some more. We were in love with the Newborn, but more than anything, we looked forward to what (and who) would come next.
Then came One: a joyous Buddha who erupted into chortles and shrieks at a smile from a stranger or the taste of a new food. He discovered words and strung them together with babble, laughing uproariously each time. “Mommy blahblah fire truck bbbbbth turtle,” One would shriek, slapping his knee. Everything was a question to One. He’d clamber onto me and point at objects, asking: “What this? This?” Then he’d watch me closely, his milk breath heating my cheek, as I named it all.
Two took One’s budding language skills and ran with them. While his peers were collecting discrete words and phrases, Two was engaged in a constant monologue. He would give the day a theme: “It’s New Friend Day,” he’d announce in the morning, and we’d head to the park, our mission set.
Two also had his dark moments. When his needs weren’t quite met, he’d throw himself to the ground, his language skills abandoning him as he shrieked nonsense syllables. (We still talk about the time Two screamed that his stroller was “too murfy.”) I never thought I’d miss Two, but in retrospect, his tantrums were kind of adorable compared with the bigger-kid frustrations we deal with these days.
Three is the one whose pictures I can’t look at without choking up. In those photos, you can see that Three is losing his baby fat, but he still has the round baby cheeks, the softness around the edges that would soon fade.
Three was in love with me. Maybe this is why I miss him so much? When I picked up Three from preschool, he’d jump in my arms and kiss my face, murmuring, “Mama, Mama.” How could I not want more of that?
Four was also enamored and wanted to make an honest woman of me. Every few days, Four would look directly into my eyes and propose: “Marry me, Alice Catherine Bradley.”
I told Henry the other day about how he used to propose to me, and he laughed himself off his chair. I laughed too, but part of me wanted to defend that little boy who saw nothing funny about his desire to make me his own. Who assumed I was his, and always would be.
Five stretched out like taffy, turning into a skinny, knobby-kneed creature. He was affectionate but found the world far more interesting than his mother. That is how it should be, but knowing that didn’t make the transition any easier.
Five was in kindergarten, so he knew about many things. Things like “helping,” which he defined as “telling us what to do.” He knew that “manners” meant “always saying ‘May I?’” (”Henry, do you want milk with your dinner?” “No, Mommy, it’s, ‘Henry, may I ask you if you want milk with your dinner…?’”) Five knew that you should never leave an intact acorn lying on the ground. “Whole acorns are lucky,” he’d tell us, then whisper a wish to the acorn and tuck it in his pocket.
Five was so certain. Every time he issued a declaration, I felt a pang: When would self-doubt kick in? Even as I exulted in his confidence, I worried. When would the world knock him down?
Six wanted only to hang out with his Dad. I didn’t mind this entirely — not being the number-one choice to play Star Wars with had its advantages — but it stung a bit. Six seemed to sense that I was bothered, and he would apologize yet never change his mind. I loved this about Six. He knew what he wanted and saw no reason to back down.
Six wanted to be cool, and knew that being cool did not include getting kissed by your parents. He told us that when we walked him to school, there would be no more hugs or kisses. A high-five would have to suffice. I agreed, trying not to think about the 3-year-old who’d leapt into my arms at school pickup.
Seven seems to be a preview of what it’s like to raise a teenager. Seven slams doors and yells at us about how misunderstood he is. When he’s not storming around, however, Seven is excellent company. He writes books and invents machines and shares his insights about the world and his place in it. Seven can’t wait until he’s grown up, he tells us.
Seven won’t hold my hand anymore. I insist on walking hand in hand when we’re crossing a busy street, but as soon as we’ve reached the other side, he pulls away. This kills me the most. Wait, please, I’m not ready, I want to say. Give me a couple more years, at least.
But every now and then he forgets we’re linked, or pretends to, and he keeps holding on. On those days, we walk all the way home like that. Usually we’re quiet, but sometimes we talk about the future and what it might bring. He tells me about all the adventures he can’t wait to begin, and while he’s talking I notice how much taller he seems, or how much more grown-up his face is beginning to look. It’s as if I can already see the next Henry, somewhere up ahead. I listen, and I hold on a little tighter.
2 comments April 28th, 2010
Op dagen als vandaag ben ik zó blij dat wij een tuin hebben… Geen tijd om te gaan wandelen, ik heb te veel werk, maar zo even over de middag de tuin in kan wél!
De zon schijnt, overal gele kopjes van paardenbloemen, een grote struik vouwt een voor een zijn rode bloempjes uit, en verscholen tussen het verse gras vind ik nog leuke gele en paarse, en onooglijk kleine witte bloempjes. De knoppen van de haagbeuk zijn eindelijk beginnen schieten en de frisse groene blaadjes verdrijven de oude van vorig jaar. De kat staat krols en is nog speelser dan anders. Er dartelt een kleine witte citroenvlinder door het gras, en ik spot zelfs een paar lieveheersbeesjes.
Onze tuin lijkt niet veel soeps, maar op zo’n moment is het een stukje hemel op aarde. Maar swat, ik ga terug aan het werk…
Add comment April 13th, 2010
De vreemdheid van mijn dromen is bijna legendarisch. Ik droom bijna altijd ontzettend raar, onrealistisch, compleet geschift. Maar gisterennacht heb ik mezelf toch overtroffen!
Ik droomde dat ik beviel van een tweeling. Een jongen en een meisje met de grootte en - hou u vast - in de VORM van… een halve bol gouda. Ge weet wel, zo’n grote, langs beide kanten afgeplatte bol kaas. Ehu. Hun oogjes, neusje en mondje lagen allemaal op één lijn langs de platte snijkant van de halve bol. Op één lijn ja. Knap zulle. Hoe ik wist dat het een jongen en een meisje waren, geen idee, want dat was er niet echt aan te zien. En daar zat ik dan, met in elke arm een halve bol “kaas” met oogjes, een neus en een mondje op één lijn.
In mijn droom vond ik dat perfect normaal. Maar het eerste wat ik dacht toen ik wakker werd, was een welgemeende WHAT THE FUCK?
3 comments March 31st, 2010
Ik had gedacht dat ik last zou krijgen van mijn heupen, mijn buikspieren of mijn rugspieren als ik zwaarder werd…
Maar ik heb eigenlijk tot nu toe alleen maar pijn in mijn bilspieren… of all places…
Add comment March 24th, 2010