Fien en baby Sjam

“Hoe doet de grote zus het nu?” vragen mensen ons regelmatig. En terecht, want dat is toch wel iets waar we zelf ook heel benieuwd – en toegegeven, een beetje bang – voor waren.

Wel, heel goed, dank u.

De eerste paar dagen waren moeilijk. Ze logeerde bij Bert zijn ouders, en hoe graag ze daar ook is, ze miste ons duidelijk wel en ze voelde dat er vanalles aan de hand was. Het bezoek in de kraamkliniek ging heel goed: ze kneep eens in Sam zijn voetjes, noemde hem “Jam” en wreef over zijn buikje. Maar in de crèche was ze zielig en hangerig en duidelijk niet in haar haak. Ofwel was ze een beetje ziek, ofwel had ze even een emotionele meltdown, we zullen het nooit weten…

Woensdag waren we dan weer thuis en de eerste paar dagen volgden er een paar gigantische huilbuien, vooral als ze moe was. Het deed mij eerlijk gezegd een beetje denken aan een vrouw die last heeft van haar hormonen, je weet wel, zo beginnen huilen om helemaal niets enzo. Maar ze was wel altijd heel lief voor “baby Sjam”, ze gaf hem zoentjes op zijn “oofe” en ze was supertrots toen ze hem mocht vasthouden. Allee, oké, toen ze eronder werd bedolven eigenlijk, want ze is niet sterk genoeg om zijn hoofdje op te houden dus haar armpjes werden zo ongeveer onder zijn lijfje geplet.

En nu zijn we bijna twee weken verder, en ze doet het prima. Ze wil altijd kijken als we hem een vers pampertje aandoen “beebie kaka pipi” “beebie pappetje aantoen” en ze komt erbij zitten als ik hem aan mijn borst leg “Sjam bosje ete” of “mekje tinke” (melk drinken). Ze geeft hem héél zachte zoentjes op zijn “oofe”, en dan krijg ik er ook altijd eentje op mijn “oofe”. En soms, als ze naast mij aan de aerosol zit en Sam ligt aan mijn borst, strijkt ze zachtjes over zijn hoofdje terwijl ze naar tv kijkt: een ongelooflijk lief gezicht is dat. Ze lijkt het intussen dus helemaal te hebben aanvaard dat Sam er echt wel bij hoort.

Wat mogelijk wel kan helpen, is dat ik haar gedurende mijn zwangerschap bijna nooit meer naar bed heb gedragen, en nu weer wel. Dat ik haar, zeker naar het einde toe, zelden nog langer dan een paar seconden kon dragen voor ze te zwaar werd, en dat ik nu weer met haar kan dollen en zwieren. Dat ik vaak doodop in de zetel zat en dat ik nu weer op de grond met haar kan spelen. Dus eigenlijk krijgt ze nu méér aandacht van mama dan vóór Sam er was… Bovendien wandelt Bert dagelijks met haar naar de crèche of ‘s avonds terug naar huis, een heerlijk papa-dochtermoment vind ik dat. En de vele cadeautjes die ze de voorbije weken al heeft gekregen zullen er ook wel bij helpen.

Vandaag is de laatste dag crèche, vanaf maandag heeft ze twee weken vakantie samen met ons. We gaan wat leuke activiteiten doen met ons gezinnetje en met familie en vrienden, en zo twee weken met ons viertjes is dus echt een beetje een vuurdoop. Maar ik ben er niet bang meer voor, ik zie het helemaal zitten. Mijn kleine meisje is een prima grote zus, al mag ze gerust nog een beetje mijn kleintje blijven ook…

Mannelijke gyne’s

Achteraf vertelde Bert me trouwens dat de gyne van wacht van die avond, een jonge gast van ergens in de dertig, keihard met zijn ogen rolde toen ik dat zei, van “ik heb zooo hard geen zin meer”.

Kijk, hij heeft sjans dat ik dat niet gezien heb, dat hij met zijn ogen rolde, want als ik hem dat had zien doen, dan had hij de vuilste blik in zijn leven van mij gekregen… Ge moet NIET met uw ogen rollen naar een vrouw die aan het bevallen is. En tis ook niet alsof ik efkes ging stoppen hé, dat was voor mij net dé manier om me mentaal terug op te peppen, zo van “komaan Lies, er is er hier maar één die ervoor kan zorgen dat het snel gedaan is, en dat ben je zelf”. Ik moest dat gewoon effe luidop zeggen, meer niet.

En dat is trouwens ook absoluut de reden waarom ik voluit kies voor een vrouwelijke gyne. Ik kan namelijk niet anders dan denken “zeg vent, doe het verdomme zelf maar nekeer zulle”…