Bevallen in sneltreintempo
Dus. Mijn bevallingsverhaal. Wie niet gek is op bevallingsverhalen moet hier vooral niet verder lezen, maar ik beloof dat het niet zo goor is als de vorige keer. Hoewel, misschien is uw goor iets anders dan mijn goor. Neem vooral het zekere voor het onzekere, oké? Dus…
Ik was overtijd aan het gaan. En ik was vastbesloten om er deze keer echt ALLES aan te doen om spontaan te bevallen. Bij Fientje had ik al de typische dingen geprobeerd: trappenlopen, fietsen, wandelen, ananas eten, vrijen,… maar niets hielp en uiteindelijk is die bevalling dus na 10 dagen ingeleid. Nu wilde ik nog een stapje verder gaan. Zoals ik al eerder vertelde, was er die masseur die beweerde dat hij op bepaalde plekjes kon duwen waardoor 80% van de overtijdgaande vrouwen binnen de 48 uur beviel. En ik hoorde nog een ander bakerpraatje, dat ricinusolie de bevalling zou kunnen opwekken. Vrijdag was ik drie dagen overtijd, dus belde ik naar die masseur voor een afspraak. Antwoordapparaat. Hij heeft de hele dag niet teruggebeld. Ik ging er dus al van uit dat het ten vroegste voor maandag zou worden en besloot dan maar dat andere fabeltje intussen eens uit te testen. Ricinusolie. Ik naar de apotheker. Zij had dat ook al gehoord, maar waarschuwde me dat dat totaal niet wetenschappelijk onderbouwd was (ja, duh) en dat ricinusolie vooral bekendstaat om zijn sterke laxerende werking. Right. Maar goed, ik wilde het toch proberen. Als ik dan de hele nacht op het toilet zou zitten, dan had ik ten minste toch al grondig gereinigde darmen. Ik slibberde die avond dus een lepeltje olie binnen, 10 ml, vooral niet te veel.
Zaterdagochtend werd ik rond zes uur wakker met pijn in mijn onderrug. Fien werd enkele minuten later ook wakker dus ben ik maar opgestaan. Fientje aan de aerosol, ik nog wat dommelen onder een dekentje. Iets voor zeven kwamen de krampen. Naar het toilet. De komende 30-60 minuten heb ik voornamelijk op het toilet doorgebracht. Ja, ik had krampen, en ja, dat laxeermiddel werkte wel degelijk, maar ik begon het stilaan toch ook verdacht te vinden dat de krampen zo echt in golven kwamen, ik voelde ze rustig aankomen, naar een hoogtepunt gaan en dan weer wegrollen. Verdacht veel als een wee dus. En oké, alleen in mijn onderrug maar dat had ik bij Fien ook de hele dag gehad, ik ga er al niet meer vanuit dat weeën in je hele buik moéten zitten. Gelukkig had ik die ochtend een afspraak om aan de monitor te liggen, dus ik zou het wel te weten komen. Op het gemak ontbeten, alle koffers klaargemaakt, Fientje afgezet bij mijn schoonouders met de boodschap dat het wellicht niets was, maar dat we voor alle zekerheid toch maar al haar koffer meegaven. Na een uur aan de monitor was het verdict: neen, het zijn niet alleen maar krampen, het is wel degelijk “baarmoederactiviteit”. Maar die assistente sprak het woord uit met zo’n geringschattend gezicht, en ze durfde me zelfs te vragen “voel je dat eigenlijk wel, die zijn nog zó licht”. Heu, ja, toch wel. Oké, echt PIJN kan je dit niet noemen, maar ik VOEL dat wel degelijk… Nu ja, ik had ook niet gedacht dat ze me daar zouden houden hoor, daarvoor was alles nog te licht, ik wilde ook echt wel naar huis, maar zij ging er blijkbaar vanuit dat het alleen wat lichte voorweeën waren en dat het nog niet voor het weekend zou zijn. Soit.
Wij naar Bert zijn ouders. Konijn gegeten, njammie. We hadden al eerder in de week plannen gemaakt voor die dag: we wilden nog tegels voor ons terras gaan bekijken en Bert zou het gras afdoen bij zijn ouders nu zijn vader een middenvoetsbeentje heeft gebroken. Op het gemak dus naar tegelwinkels dus. Af en toe kwam er eens een wee, zo om de 15 à 30 minuten, maar die kon ik nog heel gemakkelijk opvangen. Eventjes blijven stilstaan, eventjes wegdromen. Ik kon nog antwoorden op vragen, maar ik zou niet vanzelf nog iets beginnen te vertellen, en mijn antwoorden konden ietwat verward overkomen. Niets om over naar huis te schrijven dus, ik ging er nog altijd van uit dat het voorweeën waren die wel vanzelf zouden ophouden. Daarna naar mijn schoonouders. Het was heerlijk weer, dus Fientje liep te spelen in de groententuin, ik zat lekker in het gras met mijn schoonvader te babbelen en Bert reed het gras af. De weeën lagen nu verder uit elkaar, zo om het ruime half uur eens eentje, maar ze waren wel iets heviger, ik moest me even concentreren. Pijnlijk waren ze nog altijd niet echt. s’ Avonds met z’n allen frietjes gegeten. We wisten niet zo goed wat te doen: zouden we Fien maar hier laten, met de kans dat de weeën gewoon stopten en we haar zondag gewoon moesten komen ophalen? Of namen we ze mee, met het risico dat we daar een paar uur later al terug zouden staan. Intussen was de frequentie wel weer gestegen, ze kwamen al ongeveer om de 7 à 8 minuten, dus we besloten haar maar daar te laten. Naar huis. Om negen uur zijn we in ons bed gekropen, just in case. Als het die nacht dan toch begon, zou Bert ten minste al wat hebben kunnen slapen. Ik ging maar mee, maar ik wist dat ik niet veel zou slapen. De weeën kwamen maar om de 10-15 minuten, maar waren wel te hevig om door te slapen. Ik bereidde me alvast psychologisch voor op een zeeeeer lange nacht…
De voorbije maanden had ik een boek gelezen over Hypnobirthing en had ik mezelf wat proberen te trainen met ontspannings- en visualisatietechnieken. Verre van voldoende om pijnloos door de bevalling te komen, daar was ik me van bewust, maar het kon maar helpen hé. Ik kroop dus in bed en zette de meditatie-cd op om zo veel mogelijk te kunnen ontspannen. De eerste wee slaagde ik erin volledig ontspannen op te vangen, ik spande geen enkele spier. Oe, goed gedaan, gaf ik mezelf een schouderklopje. Nog eens tien minuten later diende de volgende zich aan, en ik werd compleet overrompeld. PIJN! Direct van gewoon rustig naar suuuperhevig. Amai. Oké, bij zulke hevige weeën kon ik niet in bed blijven liggen, dus ben ik maar naar beneden verhuisd. Ik wilde vooral niet te vroeg in het ziekenhuis toekomen, dus ik zou op mijn gemak wat weeën opvangen op mijn knieën voor de zetel. De volgende kwam sneller dan verwacht, en werd vergezeld door nieuwe darmkrampen. Naar het toilet boven, wee. Naar beneden gestrompeld. Wee. Weer krampen. Naar het toilet boven. Wee. Telkens er een nieuwe kwam, kwam die ongeveer een minuut sneller dan de vorige. Ik vertrouwde het al niet meer, dit ging véél te snel. Bert wakker gemaakt: “schatje, sorry, ik weet dat je er nog maar een uurtje in ligt, maar we moeten echt wel vertrekken naar het ziekenhuis…”
Een tiental minuten later zaten we in de auto en had ik alweer een paar weeën achter de rug. Ze kwamen al om de twee-drie minuten intussen, en tussenin even een paar seconden volledig ontspannen was er ook al niet meer bij. Drie kilometer verder begonnen de persweeën. Nee, we waren er toen nog niet. En ja, persweeën kunt ge negeren. Ik heb dat vorige keer gedaan, ik heb dat ook nu weer gedaan. De parking van de spoed stond vol. Damn. We parkeerden op de gewone parking, zo dicht mogelijk, “maar” honderd meter van de ingang. Bert ging een rolstoel halen. Intussen stond ik wijdbeens met mijn handen tegen een boom, alsof ik klaarstond om gefouilleerd te worden, de ene heftige wee na de andere op te vangen. De rolstoel in. Halverwege de parking viel plots het rubber van een van de voorwielen en dook ik bijna headfirst het beton op. Andere rolstoel dan maar. Net voor de ingang riep ik STOP en stapte ik uit om een bijzonder heftige op te vangen tegen de muur. De verpleegsters snelden ons door de deur tegemoet. Ook al had ik 90% van mijn concentratie nodig voor die weeën, de overige 10% vond de hele situatie hilárisch. Als ik niet al mijn energie nodig had gehad, ik had keihard staan gieren van het lachen. De mensen die zaten te wachten op de spoed zullen een mooi schouwspel hebben gekregen alleszins. Met een escorte door het ziekenhuis (echt niet normaal hoe ver dat is trouwens, van de spoed tot de kraamafdeling) en meteen een verloskamer in. Tien voor elf was het op dat moment.
Ze gingen eens voelen. Koter. “Amai, je hebt al zo’n acht – negen centimeter”, zei ze. Jeej, juichte ik. Ze gingen meteen de gynaecoloog waarschuwen, die was er gelukkig nog van een vorige bevalling. Een paar minuten later was ze terug. “We mogen je water breken en je mag meteen beginnen te persen”, zei ze, “de gynaecoloog komt zo”. 23 u. Drasj, daar was het vruchtwater. En dan ben ik beginnen te persen. En persen. En persen. En je zou misschien het tegenovergestelde denken, maar het is wel degelijk makkelijker persen mét een epidurale. Bij Fien kon ik me puur op de techniek concentreren, nu moest ik rond de helse pijn werken. Twee verpleegsters, één gyne en één Bert supporterden keihard bij elke wee. Opnieuw hilarisch. Ik zou hardop gelachen hebben als ik niet zo druk bezig was geweest. Ik duwde uit alle macht alles naar beneden, ik trok aan mijn armen, ik deed mijn best om niet te roepen maar alle energie in het persen te steken. Dat lukte overigens maar half, op sommige momenten ontsnapte er toch een schreeuw. Na een paar keer had ik de techniek weer onder de knie, gek, ik voelde echt het verschil met de eerste keren, het was echt duidelijk hoe het moest zodra ik eenmaal de juiste techniek beet had. En dus perste ik nog harder. Vermoeiend dat dat is, persen! Bij de derdelaatste wee was ik het beu. “Ik heb zó hard geen zin meer”, heb ik nog gemompeld. Konden we niet even pauzeren, even de weeën stopzetten en recupereren, en over een uurtje voortdoen ofzo? Bij de voorlaatste wee schoot zijn hoofdje tot halverwege. En toen was de wee weg. Daar zat ie dan, met zijn hoofd in de geboortegang geklemd. Die paar seconden ertussen (vijf? tien? twintig?) waren om gek te worden. Ik kronkelde, ik kreunde. Miljaar wat een vol gevoel. Dus zó voelt die ring of fire… En toen was daar die verlossende wee en perste ik uit alle macht zijn hoofd eruit. Even draaien en daar was ook de rest van zijn lijfje. En toen was daar het mooiste moment van die hele bevalling, een moment dat ik nooit in mijn leven zal vergeten: “daar is hij, zie, neem hem maar”, zeiden ze. Ik nam hem onder zijn oksels en trok hem naar me toe. Hij was er nog niet eens helemaal uit, ik heb zijn onderbeentjes en voetjes er zelf uitgetrokken. Magisch! Een seconde later lag hij op mijn buik, mijn ventje, en werd ik overspoeld door een enorme liefde die elk ander lichamelijk gevoel buitensloot. 23.23 u stipt, op 23 juni 2012, werd onze Sam geboren.
Het daaropvolgende uur ging voorbij als in een droom. De nageboorte kwam eruit en bleek volledig te zijn (hoeraaaaa!), het naaien van mijn knip was best een stuk pijnlijker en ambetanter dan ik had gedacht (haja vorige keer had ik een epidurale, ik heb daar toen niets van gevoeld), ik heb liggen babbelen en vertellen en lachen met de verpleging over vanalles en nog wat en heel die tijd lag de kleine Sam te bekomen om mijn borst. Het liefste glibberige ventje ter wereld. Hij kreeg 9/10 op zijn eerste rapport. Maar hij had niet zoveel dorst en weigerde te drinken. Intussen bleef ik maar bloeden, dat was niet zo goed en dus kreeg ik een baxter om mijn baarmoeder te helpen krimpen. Opgelet, goor gedeelte! Ze duwden op mijn buik en de klonters en golven bloed bleven maar uit mij stromen. Dat duwen deed geen deugd, kaï. Die blaassonde om plaats te maken voor de baarmoeder om te krimpen was ook niet bepaald leutig. Maar ik was al blij dat ik niet weer manueel moest uitgeschraapt worden zoals vorige keer, dat deed toch nog véél meer pijn. De naweeën waren ook best heftig en pijnlijk en ik kreeg ook nog dafalgan aan mijn baxter. Uiteindelijk stopte ik met bloeden, gelukkig. Sam kreeg een washandje over zich om de ergste brokken bloed eraf te halen, ik kreeg een washandje om me wat op te frissen. Hij werd gemeten en gewogen, en bleek een stevig knulletje met een groot hoofd te zijn. Ik heb het gevoeld, ja…
En dan eindelijk, EINDELIJK, mochten we naar de kamer. Het was intussen al half twee en Bert zag er moeër uit dan ik me voelde… Hij richtte nog wat in en zorgde ervoor dat ik alles in mijn buurt had wat ik nodig had, want ik mocht de eerste keer niet zelf opstaan, hadden ze gezegd. Bert vertrok. Sam sliep in zijn visbokaal naast mij. En ik, ik was de gelukkigste mama ter wereld.
Een paar conclusies:
- Ik vertel altijd dat ik bevallen ben op twee uur tijd. Ik reken pas vanaf de eerste écht pijnlijke wee, die moet zo rond half tien geweest zijn. Die weeën in de loop van de dag zullen wel geholpen hebben om de boel op te rekken, maar die reken ik dus niet mee hé… Op twee uur tijd van de eerste pijnlijke wee tot hij eruit is, in mijn boekje is dat dus echt wel een droombevalling. Alleen een pijnloze bevalling zou nóg beter zijn.
- Wat een geluk dat Fien al bij mijn schoonouders was. Als we die ook nog eens hadden moeten afzetten, dan was ik garanti in de auto bevallen. Het was zo al nipt…
- Ik ben zoooo blij dat ik het meegemaakt heb, zo’n spontane bevalling én nog eens zonder epidurale ook. Allee, niet dat ik dat zo’n verwezenlijking vind, hoor, er was ook gewoon geen tijd voor… Maar ik ben wel gewoon blij dat ik nu weet hoe het voelt allemaal. Ik zou het écht jammer hebben gevonden als de bevalling weer ingeleid had moeten worden…
- Oh baai de wee: het was geen sterrenkijkertje meer, hij heeft zich in die laatste dagen (uren? minuten?) dus nog goed gedraaid. Flink ventje…
10 comments June 29th, 2012

