Dertien jarigen in een dozijn

Ik ben jarig vandaag. En ik kan niet anders dan mijn schouders ophalen en “oké dan” zeggen. Niet dat ik al zo ver gekomen ben dat ik geen verjaardag wil vieren omdat ik mezelf te oud vind, hoor. En ik hoop ook dat dat moment nooit zal komen. Ik ben 35 vanaf vandaag en ik ben daar trots op. Ik zou niet jonger willen zijn, jonger héb ik al gehad, en het is dankzij de voorbije 35 fantastische jaren dat ik nu ben wie ik ben.

Tis gewoon… er zijn zo véél verjaardagen in deze periode in onze gezamenlijke familie, en dat is er de voorbije weken verdorie niet op verbeterd en het zal binnenkort nóg erger worden…

3 mei: ons kersverse nichtje Hanne, het dochtertje van mijn broer
4 mei: haar mama, mijn schoonzusje Eva
19 mei: mijn venteken
23 mei: ons kersverse neefje Wolf, het zoontje van Bert zijn broer
25 mei: ik
3 juni: Fien
17 juni: Bert zijn oma
ergens eind juni: ons eigen nieuwe zoontje
5 juli: Bert zijn broer Carl
7 juli: mijn eigen broertje Pieter

Geen tijd om adem te halen jong…
Ik heb zelf geen feestje meer gehad sinds mijn 30ste, denk ik, en het hoeft ook niet per sé. Fien haar verjaardag ligt daar té dicht bij, en dan nodig ik liever iedereen op háár verjaardagsfeestje uit. Maar euh… het spijt me, lieve meid, maar ik vrees dat je vanaf volgend jaar je verjaardagsfeest (voor de familie, althans) zal moeten delen met je broertje. No way dat we op twee-drie weken tijd twee grote feesten geven…

The sound of steunkousen

Melodie: The Sound of Silence – Simon and Garfunkel

Hello steunkousen my friends
How come I’m wearing you again
It’s because my feet are swollen tight
And they can’t recuperate at night
And the vision that I had of my last month
of pregnancy
Has come through: it’s steunkousen…

(amai mijn Engels)

Laatste loodjes

En zo ben ik de laatste maand ingegaan. Allee, theoretisch hé, want ik ben dan wel uitgerekend voor 19 juni, maar de kans dat hij er dan uitkomt, is behoorlijk klein. Maar ik blijf hopen op een spontane bevalling…

Maar die laatste maand, verdorie, ik heb er niet naar uitgekeken en ik ga ook héél blij zijn als ze achter de rug is. Ik slaap nog nauwelijks, als ik eens een paar uur achtereen heb geslapenben ik blij als een kind. Tis al een sjans dat mijn gezicht niet snel in wallen trekt, ge ziet het er dus niet echt aan. De walvisproporties zijn intussen echt wel duidelijk aanwezig, en ik bots overal tegen en kan echt niets meer zonder dat dat gigantisch ding in mijn weg zit. Ik heb zo ongeveer continu maagpijn en rugpijn, maar de intensiteit verschilt wat van moment tot moment. En af en toe kan mijn buik ook gewoon ferm pijn doen, maar gelukkig niet continu. En waar ik verdorie écht niet had naar uitgekeken, maar het is de laatste dagen toch écht wel doorgebroken: gezwollen poten. Damn. Allee, voorlopig kan ik nog gewoon stappen zonder te kermen van de pijn, maar het trekt wel al op gene zak. Goodbye rokskes, de Dagen zonder Broek binnenkort zullen zonder mij moeten zijn, jammer genoeg.
Update: Hello steunkousen my friends… (ik heb er zelfs een liedje over gemaakt, op de melodie van The Sound of Silence)

Pas op, ik prijs mij ook gelukkig zulle. Want stel je voor dat het een lente als die van vorig jaar was geweest, dan stonden mijn pootjes wellicht al veel langer dik en gezwollen. En ik heb geen bekkeninstabiliteit en ik moet niet platliggen. Count your blessings en al.

Bovendien lijkt het beesje in mijn buik het daar nog altijd heel fijn te vinden, dus ik hou het wel uit. Dat hij het daar heel fijn vindt, betekent jammer genoeg ook wel schoppen en stampen à volonté. Miljaar dat kind kan mij pijn doen, soms zo erg dat ik geregeld echt miserabel ben van de pijn. Maar goed, alles voor het kindjen hé. Liever dat dan dat hij er nu al zou uitkomen, 36 weken is nog altijd iets te vroeg naar mijn goesting.

Maar kortom: ik kijk ernaar uit dat het voorbij is, en dat ik ons vers baby’tje in mijn armen kan nemen. En dat ik mijn lijf terug heb. Dat het kindjen nog maandenlang mijn borsten zal gijzelen, daar heb ik geen last van, integendeel, daar kijk ik ontzettend naar uit. Maar ik ga ZO blij zijn dat die loodzware homp kind uit mijn lijf weg is…

Kind & Gezin – Fientje wordt twee

Gisteren moest ik voor de voorlaatste keer bij K&G met Fien. Géén prikjes deze keer, joepie! Wel een extreem verlegen kindje dat meer leek op zo’n babychimpansee die zich aan zijn moeder vastklampt. Maar soit, ik zou ook verlegen zijn als ik in mijn body’ke bij vreemde mensen zou moeten zitten.

Fien is haar leven begonnen aan p75 voor lengte én gewicht, en heeft die curve een goed jaar minutieus gevolgd. Maar kijk, er is eens iets veranderd: voor gewicht zit ze tussen p50 en p75, en voor lengte zit ze precies op p50. Een gemiddeld kindjen dus, geen echt grote meer. Niet dat mij dat ook maar één onnozel barstje uitmaakt, hoor, het is maar een vaststelling. Integendeel zelfs, ik ben altijd bij de allergrootste geweest, vooral als kleuter en in de lagere school, en dat is eigenlijk niet echt tof. Al vind ik het als volwassene wel handig dat ik op een concert ten minste iets kan zien…

Voor het eerst moest ze ook écht tonen wat ze kon. De vorige keren vroegen ze gewoon aan mij of ze dit of dat al kon. En eigenlijk vond ik dat wel handig, want ze was dus zo verlegen dat ik echt twijfelde of ze überhaupt ook maar één vingertje zou uitsteken om te doen wat haar werd gevraagd. Maar kijk, van zodra de blokjes voor haar neus stonden, was de drang om ze op elkaar te stapelen haar blijkbaar te machtig, en haar toren werd zelfs hoger zonder te wankelen dan ik had verwacht. Om op een bal te schoppen moest ze natuurlijk wel zelf stappen, en schoppen als je je met beide armpjes rond mama’s been klemt euh… dat gaat niet zo goed. Maar na wat aanmoediging én de belofte dat ik haar hand zou blijven vasthouden, schopte ze braaf tegen de bal. Oef. Niet dat dat veel uitmaakt, er hing geen diploma aan vast ofzo, maar ja, je hoopt toch wel dat ze ten minste tonen wat ze thuis probleemloos kunnen hé…

Dus voila, alles is prima en alles is perfect. Ze slaapt als een roosje, ze babbbelt honderduit (thuis toch), ze eet best wel flink, en ze is goed gegroeid in de lengte en de breedte. Goedgekeurd door K&G. Al een sjans dat ze geen stempel op haar voorhoofd meekreeg…

Het grote taartenboek

Fien en ik, wij hebben een nieuw lievelingsboek. Dit:

Ik ontdekte het boek in een fijne Maastrichtste kinderboekenwinkel toen mijn voeten mij écht niet meer verder wilden dragen. Gelukkig stonden daar enkele heerlijk zachte stoelen en vonden ze het daar duidelijk niet erg dat ik even in hun boeken snuisterde. Van zodra ik dit boek in handen kreeg, was ik verkocht. En het boek ook, aan mij, even later.

Ik wilde het Fien eigenlijk voor haar tweede verjaardag (volgende maand) geven, maar dit weekend op een dood moment zag ik het boek liggen, en ik had het al aan haar getoond voor ik me mijn voornemen herinnerde. Tant pis, ze zal nog genoeg voor haar verjaardag krijgen. En Fientje was ook meteen hélemaal verkocht. Normaal kan ze niet snel genoeg de blaadjes omslaan en moet ik belachelijk korte verhaaltjes NOG verder inkorten omdat ik de tijd niet krijg om ze voor te lezen/ te vertellen. Maar nu, woooooooow. Met een geduld dat ik haar nog nooit eerder had zien opbrengen zocht ze minutieus de bladzijden af naar de taart. Dat was de eerste keer. Aan het einde van het boek vroeg ze meteen om nog eens te herbeginnen. Ik vertelde haar het verhaaltje van de taart. Of beter, de drie verhalen want dit boek is een drie-in-één. Na de tweede lezing wilde ze wéér opnieuw beginnen, en ik wees haar op het verhaal van het varkentje. De derde keer over de eendjes. De vierde keer het zielige konijntje, dat ze zelf had ontdekt. Ik vertelde het verhaal bij de prenten, zij wees met haar vingertje wat ze zag. De vijfde keer stelde ik haar vragen, en ze formuleerde zelf wat er gebeurde (met haar beperkte middelen hé). Echt nog nooit meegemaakt. Wat een geduld. Wat een toewijding. Terwijl ik tevoren nauwelijks één verhaal mocht uitlezen, vroeg ze me nu telkens te herbeginnen. “Koekje leesje”, zegt ze dan.

Maar ere wie ere toekomt, dat ligt dus niet aan mij hé, dat ze zo geboeid was. Dat is volledig, voor 100%, de verdienste van tekenaar Thé Tjong-Khing. Het is een gróót boek, en de prent beslaat telkens een dubbele bladzijde, dus er is veel plaats en veel te zien. Er zijn veel personages, met elk hun eigen verhaal, maar het wordt nooit overweldigend, alles is sober maar mooi en duidelijk getekend. Er is nog zó veel te ontdekken, ik heb het gevoel dat we nog geen tiende van het boek hebben gezien. En net als Fien keer ik met plezier keer op keer terug naar die eerste pagina, om een nieuw verhaal van een nieuw personage te ontdekken, en ook de samenhang tussen de verschillende verhalen.

Dit is een boek dat ik zal koesteren, nog vele jaren lang. Dit is ook een boek dat niet alleen écht jonge kindjes zoals Fien kan boeien, ze zal er volgens mij nog heel haar kleutertijd en een deel van haar kindertijd naar teruggrijpen. Tot ze de magie verliest van het prentenkijken, wellicht, al hoop ik voor haar dat dat nooit gebeurt. Maar als ze een beetje op haar mama trekt, herontdekt ze die magie gewoon weer als ze zelf kindjes krijgt…