Fien en ik, wij hebben een nieuw lievelingsboek. Dit:

Ik ontdekte het boek in een fijne Maastrichtste kinderboekenwinkel toen mijn voeten mij écht niet meer verder wilden dragen. Gelukkig stonden daar enkele heerlijk zachte stoelen en vonden ze het daar duidelijk niet erg dat ik even in hun boeken snuisterde. Van zodra ik dit boek in handen kreeg, was ik verkocht. En het boek ook, aan mij, even later.
Ik wilde het Fien eigenlijk voor haar tweede verjaardag (volgende maand) geven, maar dit weekend op een dood moment zag ik het boek liggen, en ik had het al aan haar getoond voor ik me mijn voornemen herinnerde. Tant pis, ze zal nog genoeg voor haar verjaardag krijgen. En Fientje was ook meteen hélemaal verkocht. Normaal kan ze niet snel genoeg de blaadjes omslaan en moet ik belachelijk korte verhaaltjes NOG verder inkorten omdat ik de tijd niet krijg om ze voor te lezen/ te vertellen. Maar nu, woooooooow. Met een geduld dat ik haar nog nooit eerder had zien opbrengen zocht ze minutieus de bladzijden af naar de taart. Dat was de eerste keer. Aan het einde van het boek vroeg ze meteen om nog eens te herbeginnen. Ik vertelde haar het verhaaltje van de taart. Of beter, de drie verhalen want dit boek is een drie-in-één. Na de tweede lezing wilde ze wéér opnieuw beginnen, en ik wees haar op het verhaal van het varkentje. De derde keer over de eendjes. De vierde keer het zielige konijntje, dat ze zelf had ontdekt. Ik vertelde het verhaal bij de prenten, zij wees met haar vingertje wat ze zag. De vijfde keer stelde ik haar vragen, en ze formuleerde zelf wat er gebeurde (met haar beperkte middelen hé). Echt nog nooit meegemaakt. Wat een geduld. Wat een toewijding. Terwijl ik tevoren nauwelijks één verhaal mocht uitlezen, vroeg ze me nu telkens te herbeginnen. “Koekje leesje”, zegt ze dan.
Maar ere wie ere toekomt, dat ligt dus niet aan mij hé, dat ze zo geboeid was. Dat is volledig, voor 100%, de verdienste van tekenaar Thé Tjong-Khing. Het is een gróót boek, en de prent beslaat telkens een dubbele bladzijde, dus er is veel plaats en veel te zien. Er zijn veel personages, met elk hun eigen verhaal, maar het wordt nooit overweldigend, alles is sober maar mooi en duidelijk getekend. Er is nog zó veel te ontdekken, ik heb het gevoel dat we nog geen tiende van het boek hebben gezien. En net als Fien keer ik met plezier keer op keer terug naar die eerste pagina, om een nieuw verhaal van een nieuw personage te ontdekken, en ook de samenhang tussen de verschillende verhalen.
Dit is een boek dat ik zal koesteren, nog vele jaren lang. Dit is ook een boek dat niet alleen écht jonge kindjes zoals Fien kan boeien, ze zal er volgens mij nog heel haar kleutertijd en een deel van haar kindertijd naar teruggrijpen. Tot ze de magie verliest van het prentenkijken, wellicht, al hoop ik voor haar dat dat nooit gebeurt. Maar als ze een beetje op haar mama trekt, herontdekt ze die magie gewoon weer als ze zelf kindjes krijgt…