Apie

Ik ben een knuffelbeestenmens. Als kind had ik poppen, maar ik had bovenal veel pluchen beestjes. Elk had zijn eigen naam (duh!) maar ook een heel uitgesproken karakter waar ik nooit van afweek. Pluchken was de speelse deugniet, Bolleke was een blind (zijn oogjes waren eraf gevallen) maar lief, verlegen en gevoelig hondje dat zorg droeg voor zijn babyzusje, Beer was de rustige van de hoop, met een zacht karakter en een zachte stem, die ruzies altijd kon oplossen.
Als het maar zacht en pluizig is, hou ik ervan. Kijk maar naar mijn huidig en vorig lief… Ik kan helemaal wegsmelten van zo’n lief pluche snoetje, en mijn bescherm- en knuffelmodus schiet dan ogenblikkelijk in gang. Stom hoor soms, zo middenin een speelgoedwinkel…

Fientje wilde geen beesjes als baby. Haar tutlapje was voldoende, en voor de rest hield ze van alles wat hard en van plastic was, en liefst zo veel mogelijk lawaai maakte. Beurk. Maar nu is ze dan eindelijk gevallen voor de roep van pluche!

Haar eerste pluisliefde was de hond die ze van grootopa en grootoma kreeg voor haar verjaardag. Een groot grijs beest met blauwe snoet en oren. Knoddig, vond ik zelf ook. Ze begraaft er haar gezichtje in en roept gesmoord “mmmmmmmmm” in de diepte van de pluche. Maar het beest is te groot om mee te nemen naar bed, jammer genoeg, dus het is maar een sporadische liefde. Als ze hem toevallig tegenkomt.

Op reis in Dranouter vorige week leerde ze Aapie kennen, het knuffelbeest van Ella. Het was liefde op het eerste gezicht, en gelukkig was Ella zo lief en grootmoedig om Fien af en toe haar Aapie te lenen. Ik kon dan ook niet anders dan Fien haar eigen Apie te bestellen online.

En ze is er gek op. Stekezot is ze van dat beest. Hij woont hier nog maar twee dagen maar ze zijn al beste vriendjes, zij en Apie. Ze drukt haar gezichtje erin, ze sabbelt op zijn oor, ze houdt hem tegen haar wang terwijl ze haar hoofdje schuin houdt, ze duwt hem tegen mijn hoofd zodat ik hem ook een knuffel kan geven. Zij knuffelt, en ik smelt.

Eindelijk is mijn kindje ook een knuffelbeestenliefhebber, jeeeej!

Sterk en gelukkig

Onlangs vertelde mijn mama me dat ze, toen ze ongeveer zo oud was als ik nu, op het toppunt van haar leven zat. Geen geldzorgen, zelfvertrouwen, lieve kindjes (kuch), een goede relatie, gelukkig, sterk, in de fleur van haar leven.

En ik kan dat alleen maar beamen. Ik ben 34 en ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. En ik besef het.

De onzekerheid van mijn tienerjaren, de twijfels en razende hormonen, de elkaar overlappende verliefdheden, de hoge toppen en diepe dalen, dat ligt allemaal mijlenver achter me. Ik kan me nog herinneren hoe ik me voelde. Mijn tienerjaren waren een rollercoaster die me ook veel plezier heeft geschonken en fantastische herinneringen heeft bezorgd, maar ik ben zó blij dat ik er vanaf ben.
Mijn eigenlijke puberteit heb ik pas beleefd toen ik begin de twintig was. Ik wist niet wie of wat ik was, waar ik voor stond, wat ik wilde met mijn leven. Ik crashte toen ik 22 was, na een reeks stommiteiten in relaties.
Daarna heb ik gedwaald. Ik wist niet wat ik wilde, maar ik dacht het telkens te vinden in weer een andere man. Niet dus. Ik leefde tegen honderd per uur en keek niet om maar ook niet vooruit. Ik deed gewoon mijn ding en de wereld draaide voort.
Halverwege de twintig zat ik op mijn gemak, in een relatie met de grappigste vrouw ter wereld. Ik was volledig in het reine met mijn bi-zijn, ik leefde hoe ik dat wilde. Toch waren er barstjes, kleine scheurtjes, die steeds verder scheurden en die na drie jaar een kloof waren geworden waarin die relatie in zijn geheel verdween. Schone herinneringen aan een schone tijd, maar het was niet wat ik zocht en ik moest verder.
Ik tolde weer rond, maar niet zo onzeker meer als eerst. Ik was 28 intussen en wist misschien op relationeel gebied nog niet wat ik zocht, maar ik had intussen wel door dat mijn leven in mijn eigen handen lag, dat ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn keuzes en dat je altijd opnieuw kan beginnen. Ik kreeg van de ene seconde op de andere een kinderwens, en daarmee zag mijn toekomst er plots heel anders uit, maar dat schrok me in het geheel niet af. Integendeel, het gaf me in zekere zin een doel.

Toen kwam ik Bert tegen, en al na een paar dagen wist ik dat hij de man van mijn leven was. Rotsvast overtuigd was ik, en dat ben ik sindsdien altijd gebleven. Nog geen seconde heb ik getwijfeld. We moesten wennen aan elkaar, dat wel, maar diepe dalen hebben we nooit gekend. We kochten een huis en verhuisden van mijn lievelingsstad Gent naar Mechelen. Op voorhand leek het een grote stap, maar die bleek minder groot dan ik had verwacht. We wilden een kindje en probeerden 13 manen lang tot het uiteindelijk lukte, na veel stress en elke maand crashen en hopen en wensen en huilen en verdriet en dan opnieuw hopen. Vermoeiend, en zwanger worden bracht dan ook al een zekere rust. Negen maanden later kwam Fientje eruit, en sindsdien… woon ik in de hemel.

Bert is mijn grote liefde, maar wat ik voel voor Fien is allesoverweldigend, daar heb ik gewoon geen woorden voor. En die rust, mannekes, die RUST! Niet dat Fientje altijd zo rustig is, ik heb het vooral over de rust in mijn hoofd. Ik heb geen vragen meer, geen wensen, geen oerverlangens. Ik ben gewoon gelukkig. Ik heb nog plannen en dromen, dat wel, da’s zeker dat. Ik wil graag nog een kindje, bijvoorbeeld. Maar komt het niet, dan ga ik daar niet ongelukkig over zijn. En voor de rest heb ik gewoon het gevoel dat de wereld aan mijn voeten ligt. Ik kan alles doen wat ik wil, alles worden wat ik wil. Wat ik wil, dat zal gebeuren. Allee, wereldvrede zit er voorlopig niet in, maar in mijn eigen leven heb ik totale controle. Of tenminste, de heerlijke illusie daarvan… Mijn lijf doet voorlopig nog alles wat ik wil, nog geen kwaaltjes of zorgen. Met mijn verstand is alles ook prima in orde, ik heb geen torenhoog IQ maar ik mis dat ook niet. Ik verdien goed mijn boterham, we hebben het niet superbreed maar hebben zeker ook geen financiële problemen. We gaan op vakantie binnen de perken en ons huis is bijzonder goed bewoonbaar (af niet nee, dat duurt nog wel even). Fien is een schatje, mijn ventje ook, mijn ouders leven nog en zijn ook gelukkig, ik heb toffe vrienden en familie. Ik heb alles wat mijn hart verlangt.

Ik ben gelukkig. Dit is de top. Laat die top nog maar lang aanhouden, zo is het goed.

Fien kan ze kussen

Ik dacht dat zoentjes geven iets was wat ge uw kindje moest leren. Gelijk een truukje, zo van “kom schatje, geef mama eens een zoentje” en dan heel overdreven je lippen tuiten. En hopen dat ze het na een paar weken eindelijk door hebben. Ik geef haar héél veel zoentjes, op zowat alle plekjes op haar lijf behalve haar lippen (geen van alle lippen haha), maar wilde mij niet bezighouden met zoentjes uitlokken.

Maar gisteren in bad, kwam Fientje plots met haar mondje recht op mijn lippen af. Oké, ze tuitte haar lipjes niet, maar ze gaf me heel duidelijk een zoentje, recht op mijn mond. Dat ze daarna hartstochtelijk de kraan kuste, daar zwijgen we over…