Acht maanden en een sjiek

Lieve Fien,

Je bent geen baby meer. Of misschien toch wel, maar niet meer zo’n plat baby’tje dat niets kan en niets begrijpt. Stilaan komt er een écht kindje te voorschijn, met een eigen willetje, grijpgrage handjes en een aanstekelijke lach. Stilaan komt er een eigen karaktertje piepen. En lieve schat, wat een heerlijk karaktertje toch. Je blijft een ontzettend lief en gemakkelijk kindje. Je krijgt stilaan je kuren, kronkelt in alle bochten als je neer moet liggen op de verzorgingstafel, protesteert heftig als we je neus snuiten of je ogen uitwassen. Maar als we streng “nee” zeggen, kijk je ons verwonderd aan en ga je braaf liggen spelen. Mag ik je voorstellen dat je ook de volgende twintig jaar zo makkelijk blijft luisteren?

Je probeert uit alle macht te kruipen. Je beseft dat je je met je beentjes voort kan duwen en je armen krijgen steeds meer kracht, maar de coördinatie van die twee heb je nog helemaal niet door. Superschattig is het, dat wel. Je schuift achteruit onder de kast en bent dan heel verwonderd dat je plots daar ligt. Je kijkt geconcentreerd naar een speeltje waar je nét niet aan kan, duwt je billetjes de lucht in en vervolgens je bovenlichaam, maar het rupsje blijft voorlopig nog gewoon ter plaatse liggen. Vijf centimeter vooruit is vijf centimeter te ver. Maar dat komt wel, knuffel, op een keer zal je het truukje door hebben. Je maakt je ook niet echt druk: je probeert het even, maar kan je er niet aan, dan speel je gewoon met iets anders. We zullen je niet pushen, schatje, doe maar gewoon alles op je eigen tempo. Leer maar gewoon al spelend, dat is het leukste.

Je babbelt dat het een lieve lust is. Tatata chachacha en dadada en edzj en Tsjetjenië (bijna) zeg je al sinds Kerst. De laatste weken was je druk bezig je kaakjes aan het opblazen, en sinds een paar dagen komt er eindelijk bababa en pèpèpèpè uit. Dus dáár zat je op te broeden… De link tussen klanken en hun betekenis, daar moeten we nog wat op wachten. Al weet ik zeker dat je “dada” en flapperen met je armpje begrijpt. Je doet het af en toe voorzichtig zelf, dat flapperen, met die lieve maar zo verwonderde grijns op je gezichtje.

Je wordt ook zo groot, lieve meid. Ergens tussen acht-een-half en negen kilo, schat ik, en een centimeter of 70-71. Je wordt zwaar. Je dragen als een baby’tje, wiegend in mijn armen, lukt bijna niet meer, mijn armen zijn niet lang genoeg. Bert heeft een ontsteking in zijn schouder van je de hele avond op zijn arm te houden toen je vrijdag ontroostbaar was. De kleertjes (74, negen maanden) die vorige maand nog wat lomp en groot leken, passen nu perfect. Met je dikke buikje, je hamsterkaakjes en die rekkertjes aan je polsen en billetjes ben je echt om op te vreten. Met pruimen. Of met biersaus en abrikozen, mmm.

We hebben de maxicosi ingeruild voor een grote stoel. Normaal pas vanaf negen maanden, maar als we je in je maxicosi zetten, moesten we je armpjes er één voor één bij duwen, en echt gezond leek ons dat toch niet. Nu kijk je dus naar voren in plaats van achteruit. Jij trekt het je niet veel aan, maar wij vinden het heerlijk dat we meteen je snoetje zien als we even over onze schouder kijken.

Je wordt al een echt kindje, maar je blijft toch mijn baby’tje. Je lacht me ’s morgens toe nog voor je oogjes open zijn. Je slaat je armpjes om mijn nek als je moe wordt of een knuffel wilt. Je ligt in mijn armen van je fles te genieten met je oogjes toe, en kijkt af en toe even naar me op. Je bent een ongelooflijk schatje, groei maar lekker voort maar blijf alsjeblieft zo’n knuffelbol!

Liefs,

Mama