De vreemdheid van mijn dromen is bijna legendarisch. Ik droom bijna altijd ontzettend raar, onrealistisch, compleet geschift. Maar gisterennacht heb ik mezelf toch overtroffen!
Ik droomde dat ik beviel van een tweeling. Een jongen en een meisje met de grootte en – hou u vast – in de VORM van… een halve bol gouda. Ge weet wel, zo’n grote, langs beide kanten afgeplatte bol kaas. Ehu. Hun oogjes, neusje en mondje lagen allemaal op één lijn langs de platte snijkant van de halve bol. Op één lijn ja. Knap zulle. Hoe ik wist dat het een jongen en een meisje waren, geen idee, want dat was er niet echt aan te zien. En daar zat ik dan, met in elke arm een halve bol “kaas” met oogjes, een neus en een mondje op één lijn.
In mijn droom vond ik dat perfect normaal. Maar het eerste wat ik dacht toen ik wakker werd, was een welgemeende WHAT THE FUCK?
Monthly Archives: March 2010
Bil
Ik had gedacht dat ik last zou krijgen van mijn heupen, mijn buikspieren of mijn rugspieren als ik zwaarder werd…
Maar ik heb eigenlijk tot nu toe alleen maar pijn in mijn bilspieren… of all places…
Teenslippers
Ofwel zijn mijn voeten toch wat opgezwollen door de zwangerschap, ofwel was ik gewoon vergeten dat ik eigenlijk lelijke voeten heb…
Energiek
“Je baby is nu zo groot dat hij echt krap zit in je baarmoeder. Een goede reden voor hem om minder te gaan bewegen!”. Dat zegt de nieuwsbrief van Kind & Gezin van deze week.
Minder bewegen, my ass! Bijna continu heb ik een of andere uitstulping op mijn lijf of word ik van binnenuit in mijn ribben of mijn maag geschopt… Niet dat het echt pijn doet, hoor, meestal niet tenminste. Maar ik hou mijn hart wel vast voor het karakter van dat kind. Het zal op zijn moeder trekken, vrees ik…
TET’N
Ik heb geen groot balkon aan mijn lijf, normaal gezien. Ik heb er wel een, maar het is te vergelijken met zo vier vierkante meter waar je nét je vuilbakken kunt opzetten en twee stoelen en een minitafeltje in de zomer.
Maar sinds ik zwanger ben is dat dus wel anders. Dat was het eerste waar je het kon aan zien, trouwens. Binnen de maand was ik een hele cup gegroeid. Sindsdien groeien ze langzaam verder, maar het valt al bij al nog wel mee. Een gigantisch balkon waar je met acht man kunt op BBQ’en zal ik wel nooit hebben, gelukkig.
Maar door de combinatie buik en grotere borsten ken ik nu voor het eerst in mijn leven het gevoel als je borsten op je buik liggen. Als ik voorover buig. Raar! En weetwel dat testje om te zien of je hangborsten hebt, met dat potlood en dan je armen omhoog steken? Wel, voor het eerst in mijn leven blijft zo’n potlood effectief zitten als ik mijn armen beneden laat. Nog niet als ik ze omhoog steek, maar dat komt misschien met de borstvoeding wel.
Dus kijk, mama, ik heb échte tet’n…
Winter
Het is nog altijd koud ja. En de zon schijnt niet echt. En mensen zijn dat blijkbaar écht wel beu en verlangen naar de lente.
Dit is wellicht de langste en donkerste winter van mijn leven, maar het is de eerste keer dat ik er zelf geen last van heb. Lang leve de roze wolk!
Het is jeugdboekenweek!
Jammer genoeg merk ik daar niets van. Ik zit niet op school, ik werk niet op een school of in een bib, en ik heb geen schoolgaande kinderen. Ik weet het alleen omdat ze het zeiden op Vertel eens, een jeugdboekenblog die ik volg. Daar wordt nu aan de bezoeker de vraag gesteld: Wie heeft jou tot lezen aangezet? In plaats van daar tussen de ellenlange commentaren te gaan staan, wil ik het liever even op mijn eigen blog neerpennen.
Niemand, namelijk. Of tenminste, ik kan me niet herinneren dat er iemand was die me specifiek het enthousiasme van lezen heeft doorgegeven. Ik werd aangemoedigd door mijn ouders, dat wel. Mijn papa is leraar en stimuleerde me wel in mijn leesdrang, maar hij is zelf niet zo bezig met jeugdliteratuur en kon me dus niet meteen iets aanbevelen. Voorlezen gebeurde ook niet zo vaak bij ons thuis. Ze schreven me in bij de bib en waren blij dat ik een lezer was, maar veel verder ging dat eigenlijk niet.
Ik kan me ook geen enkele leerkracht herinneren die echt enthousiast was over boeken. Vanaf de lagere school werd er niet meer voorgelezen en er werd weinig over boeken gesproken. In de lesboeken in het middelbaar stonden wel stukjes uit boeken, maar ik denk niet dat ik daar ooit een boek uit heb gelezen, echt stimulerend waren die fragmenten blijkbaar niet. Initiatieven om ons meer te doen lezen, zoals een leesdagboek, werden na de start nooit meer opgerakeld, je moest er maar mee doen wat je wilde.
Wat me bovenal aanzette tot lezen, waren de verhalen zelf. Het avontuur, het verdwijnen in een andere wereld. Van zodra ik aan mijn eerste leesboekjes voor beginnende lezers begon, was ik verknocht. Ik was er goed in, in lezen, van bij het begin las ik sneller en makkelijker dan mijn leeftijdsgenootjes. En dat stimuleerde me nog meer. Ik verslond alle boeken, en stapte altijd veel sneller over naar de volgende leeftijdscategorie dan eigenlijk “de bedoeling” was.
Voor mijn plechtige communie kreeg ik “Kruistocht in spijkerbroek”. Waaw, wat een openbaring was dat! De jaren daarna heb ik nauwelijks iets anders gelezen dan Lemniscaat. Ik liep langs de rekken van de bib en zocht alleen naar “achtekes” op de ruggen. Alles wat er toen beschikbaar was van die uitgeverij, heb ik gelezen. Beckman, Terlouw, Hartman en alle anderen waren mijn dagelijkse gezelschap. Slechts heel zelden liet ik een niet-Lemniscaatschrijver in mijn repertoire toe, zoals Anthony Horowitz.
Ik las me te pletter. En ik las ook liever dan te studeren, natuurlijk. Zo had ik in het derde middelbaar eens geen zin om mijn geschiedenisexamen voor te bereiden, en las ik in de plaats “De droom in de woestijn” en “Het bedreigde land” van Evert Hartman op een namiddag uit. Gelukkig gingen die boeken over het tijdperk dat we moesten instuderen, en gelukkig onthield ik ook gewoon veel uit de les. Ik haalde 83% voor dat examen. Door gewoon te lezen. En hoewel ik dat nooit meer heb gedurfd, kan ik wel zeggen dat lezen me steeds heel veel heeft geholpen, zeker toen ik jonger was. Ik was altijd degene met de grootste algemene kennis van de klas. Ik wist ongelooflijk veel voor mijn leeftijd, gewoon door te lezen. Het haalde mijn punten omhoog en gaf mijn zelfvertrouwen een enorme boost.
En dan ben ik blijven hangen. Ik ben nooit meegeëvolueerd naar volwassenenliteratuur. Ben blij de jeugdboeken blijven plakken. Natuurlijk, ik neem af en toe wel eens een roman voor volwassenen in handen. Ik heb zowat alle Stephen Kings verslonden, bijvoorbeeld, en ik hou van fantasy in het algemeen. Maar Literatuur met een grote L, nee, daar heb ik nooit van willen weten. Het is mijn ding niet. Ik kies nog altijd alleen maar voor het leesplezier, voor het verhaal. Liefst chronologisch, eenvoudig opgebouwd, hoe minder kunstgrepen en stijlfiguren, hoe beter voor mij. Jeugdliteratuur voldoet daar meestal aan, fantasy ook. Ik vind het nog steeds heerlijk om weg te dromen in een boek, me te laten meeslepen door en in het verhaal.
En ik ben vastbesloten om voor mijn kinderen wél die stimulans te zijn. Ze voor te lezen tot ze dat zelf niet meer willen. Met hen mee te lezen, die kinderboekentijd zelf nog eens te beleven. Hen prachtige boeken aan te reiken die hun leeshonger alleen maar verder aanscherpt. Ik kijk er al naar uit!
Draai, kindje, draai…
Vannacht was euhm… interesting.
Gisteren was Alfred al de hele dag duidelijk aan het draaien, van hoofdje vanboven naar hoofdje naar beneden. “Ge gaat dat waarschijnlijk niet voelen”, had de gyne vorige week nog gezegd. My ass, niet voelen. Alfred lag overduidelijk horizontaal, met zijn voetjes naar rechts. Tegen dat ik gisteren ging slapen, was mijn hele rechterzij blauw geschopt. Niet dat je langs de buitenkant iets zag, dat niet. Maar ken je dat gevoel, dat je een dikke blauwe plek hebt en iemand vindt het leuk om daar telkens opnieuw in te poken? Wel, zo voelde mijn zij dus aan.
En vannacht stond ik op om naar het toilet te gaan, en raakte ik nauwelijks terug in onze slaapkamer. Pijn! Mijn beide zijden voelden aan alsof ze beurs gemept waren met zware hamers. Krom en strompelend heb ik uiteindelijk toch die paar meters kunnen afleggen. Maar toen ik stilletjes en voorzichtig wilde gaan liggen om B. niet wakker te maken, schoten er pijnscheuten uit mijn zijden en kreunde ik onwillekeurig toch. Ik heb lang wakker gelegen. Geen enkele houding was goed. En bewegen deed nog meer pijn.
Dus begon ik me zorgen te maken, aja, wat doet een mens anders op zo’n moment. Hoe ik deze ochtend niet uit mijn bed zou geraken als de pijn zo aanhield, en dat ik dan naar de gyne zou bellen om te vragen wat ik moest doen, en dat zij me zou zeggen dat ik bij haar moest komen, en dat ik dan naar B. zou bellen op zijn werk, dat hij naar huis moest komen om me naar daar te voeren. En ik begon me te bedenken dat, hoewel er tot nu toe niets op wees dat ik vroeger zou bevallen, dat alles prima in orde is, dat ge dat eigenlijk toch nooit weet, dat er altijd iets kan gebeuren en dat ik maar beter eens werk kan maken van die suikerbonen en het kaartje enzo.
Uiteindelijk ben ik toch in slaap gesukkeld. En elke keer dat ik wakker werd omdat ik me wilde keren, voelde ik dat het minder pijn deed, dat ik makkelijker kon bewegen. En sinds ik ben opgestaan, is alles weer oké. Intussen is ook Alfred wakker en ligt hij te schoppen… in mijn ribben. Denk ik. Alleszins voel ik een hoop gewroet en gemep rechts vlak onder mijn ribben, en in mijn linkerlies. Hij is dus duidelijk gedraaid, en heeft wellicht daardoor weer wat meer plaats. Oef! Crisis afgewend…
Putteken
Ik heb nog altijd een putteken als navel. Tot nu toe. Hij is wel al een stuk minder diep dan tevoren. Ik heb normaal een navelpiercing, en dat ene gaatje zit dan boven mijn navel en het andere erin. Wel, nu zitten beide gaatjes boven elkaar BUITEN mijn navel. Grappig. Sjans dat daar geen piercing meer in zit, dat zou nogal een belachelijk zicht zijn!
Verhuizen
Toen ik nog thuis woonde, hadden mijn ouders buren waarmee ze niet goed overeen kwamen. Niet dat het vijanden waren, maar die mensen zeiden nog niet eens goeiendag, dus vriendelijk kon je ze niet echt noemen. Het was zo’n ouder koppel dat altijd op alles liep te vitten. Enniewee, die mensen dus, die verhuisden om de paar weken hun hele huis. Of zo leek het toch. Het gepiep en gekreun van meubels aan de andere kant van de muur deed ons vermoeden dat ze nog eens heel hun woonkamer aan het reorganiseren waren. Dat mensen hun meubels eens anders zetten, dat is normaal, maar om de paar weken? Aangezien we daar niet op vriendschappelijke voet mee stonden, konden we het dus ook niet echt vragen. Jammer, want ik heb het me jarenlang afgevraagd, wat die daar toch altijd maar deden, waar dat geboenk, gestamp, gepiep en gekreun toch aan te wijten was…
Ik heb de laatste weken al vaak aan die mensen teruggedacht. Want ik heb opnieuw zo’n buur. Niet de mensen die naast ons wonen, maar het wezentje dat IN me leeft. Verhuizen dat dat doet… Ik zit/lig me vaak af te vragen wat dat kind toch allemaal te verhuizen heeft, daar binnenin mij. Het ziet ernaar uit dat het gaat geboren worden met een hele baby-uitzet, aan het gewoel te oordelen…