Je verantwoordelijkheid ontwijken

De getuigen van Jehova stonden onlangs voor onze deur. Ik heb niets tegen die mensen, ik maak ze gewoon zo snel mogelijk vriendelijk duidelijk dat ik niet geïnteresseerd ben. De klassieke vraag is dan altijd “Mag ik u toch een foldertje geven?”. Ik antwoordde dat ik dat liever niet had, ik zou er toch niet naar kijken en dat is gewoon papierverspilling dan. Daarop volgde een hele uitleg van meneer, die verklaarde dat zij de antwoorden kenden op het milieuprobleem, en dat de mensen wel vanalles doen om hun impact te verminderen maar dat dat toch niet hielp, en dat God dat wel zou oplossen. Ik vroeg hem of dat betekende dat we volgens hem toch niets meer voor het milieu moesten doen. Inderdaad, God zou dat wel oplossen, zei hij. En de getuigen konden mij ook helpen om te weten wat God’s plannen waren met onze wereld, zodat ik er zelf voordeel zou uit halen, zei hij.

Wel, ik was geshockeerd. Laat alles maar aan god, die zal het wel oplossen! Wij moeten helemaal geen verantwoordelijkheid nemen voor de vervuiling in ons eigen leven, integendeel, als we de Schrift lezen zullen we zelfs weten hoe we er persoonlijk voordeel uit kunnen halen. Ikke ikke en de rest kan stikken. Behalve dan de andere getuigen natuurlijk, want die weten ook hoe ze gods oplossing voor eigen gebruik moeten aanwenden.

Eerlijk gezegd heb ik liever iemand die toegeeft dat het milieu hem geen ballen kan schelen, dan iemand die het toch zo erg vindt wat er met het milieu gebeurt maar ervan uitgaat dat hij zelf niets moet doen omdat god het wel voor hem zal oplossen. Bullshit!

Offerte

De offerte van de aannemer is eindelijk aangekomen. Zeven weken hebben we erop gewacht! Twee waarin de architect de plannen moest hertekenen, vijf voor de aannemer om zijn offerte op te maken. Groembl. Maar goed, eindelijk is ze er dus. Ze is nog steeds een stuk hoger dan we hadden verwacht, maar wel al wat lager dan de eerste, doordat we wat dingen geschrapt hebben die toch niet hoogstnodig waren. En bovendien hebben we eigenlijk toch al een beslissing genomen: we werken met deze aannemer. We kennen toch geen goede aannemers in de buurt, en onze architect, waarin wij het volste vertrouwen hebben (ook al is hij soms verschrikkelijk traag), vertrouwt de aannemer, dus zullen we maar op zijn oordeel vertrouwen.

En dat betekent dat wij normaal gezien begin november beginnen te verbouwen. En dat we de laatste week van november alles laten afbreken. Het gaat dus plotseling heel erg snel gaan! Niet dit weekend maar het weekend erna verplaatsen we de keuken naar de garage, en dan mogen ze alles afbreken. De grote dennen worden uitgedaan, de stronken die nog in de grond zitten worden uitgegraven, en alle koterijen en oude gedeelten worden afgebroken.

Oh, ik heb er zoooo veel zin in. Ik zie het helemaal zitten, die verbouwingen, hoewel ik ook wel realistisch blijf: ik heb nog maar zelden gehoord van een bouwproject waar geen miserie mee was. Dus reken ik op voorhand maar al een flinke portie miserie mee. En ga ik er maar al van uit dat het niet volledig in orde zal zijn, dat het langer zal duren dan gepland was en dat het meer zal kosten dan we dachten. Kwestie van de verwachtingen laag leggen, dan kan het alleen maar meevallen…

Toverbollen

Twee weken geleden hebben we mijn “afscheid van Gent gevierd”. Met mijn twee Gentse vriendinnen een avondje lekker eten, veel kletsen en cocktails drinken. Supergezellig!De lieverds hadden ook een cadeautje voor me: een Gentse lekkernijenzak, met Gentse Troela, chocoladejenever, ???, Gentse mokken, lievevrouwkes en toverbollen! De chocoladejenever heb ik al aangeboord en is bijzonder lekker, de andere drankjes nog niet. De mokken zijn mijn ding niet, de lievevrouwkes zijn als altijd heerlijk (na dit zakje ga ik mij in de Colruyt zo’n grote zak halen, ik heb de smaak te pakken). De toverbollen had ik nog niet geprobeerd, maar ik was wel benieuwd. Als kind had ik er ooit wel eens een gekregen, maar ik kon me niet meer herinneren hoe die smaakte, alleen nog dat hij voortdurend van kleur veranderde.

En vanmorgen dacht ik “how, laat ik eens zo’n ding in mijn mond steken”. Dit is mijn relaas:
Vanbuiten is hij dus wit met gekleurde stipjes. De stipjes gaan er eerst af, het wit blijft wat langer en is bijzonder hardnekkig, ook aan de vingers als je de bol even uit je mond neemt. Na wit kwam gifgroen. Vies kleurke. Daarna terug wit. Dan oranje, met een duidelijke sinaassmaak, de eerste duidelijke smaak want ervoor was dat nogal onbestemd. Daarna vervolgens geel, groen met een lichte appelsmaak, wit en donkergroen. Na donkergroen werd hij appelblauwzeegroen, met een nogal vies zeepachtig smaakje, dat jammer genoeg vrij lang aanhield. Toen kwam er een megaboer van al dat zuigen, gevolgd door oranje en tenslotte wit. Het eindigt niet, zoals ik me meende te herinneren uit mijn kinderjaren, met een ‘sjiek’, maar lost gewoon geleidelijk op, net als de rest van de bol. En ik was blij dat ik ervan af was, dat hij eindelijk op was, na 50 (!!!) minuten zuigen. Vijftig, ja. En mijn mond heeft een vies smaakje dat ik er niet uit krijg met water of koekjes.

Ik heb er nog drie, toverbollen. Wil er iemand één? Ik hoef ze niet meer, eerlijk gezegd. Een was genoeg voor de rest van mijn leven…

Edit: vier uur later, en mijn smaakpapillen zijn nog steeds helemaal naar de zak. Mijn middageten, drie boterhammen met drie verschillende soorten beleg, smaakten allemaal hetzelfde: naar niets. Net als mijn Capri sunneke. Ik hoop dat mijn papillen snel recupereren…

Knoop

Ik heb de knoop doorgehakt.

Ik ga therapie volgen om van mijn spinnenfobie vanaf te geraken.

Ik ben het kotsebeu, die belachelijk irrationele angst van mij. En in Gent had ik daar nog niet zoveel last van, maar hier kom ik dus zowat dagelijks een spin tegen he… Buiten, wel, maar dan nog… Ik wil daar vanaf. En volgens een vriendin die al eens zo’n therapie heeft gevolgd, verdwijnt je angst als sneeuw voor de zon, en moet je daarna alleen af en toe eens een spin aaien (!!!) om te zorgen dat de angst niet terugkomt…

Het kan nog wel een tijdje duren echter. Eerst terugbellen morgen. Dan een intakegesprek. En dan kom ik op een wachtlijst terecht. Tja, het wordt toch winter, dan gaan die beesten toch dood van de kou. Ik overleef het wel.